achtergrond

17 MAART 2011 Homoprostitutie in Stadspark Antwerpen: neuken voor 30 euro

Locatie Stadspark “Kwart van klanten is hetero”, Thierry Goemazn, Gazet van Antwerpen, 17.03.2011

Homo’s hebben hun plaats in de maatschappij veroverd. Ze mogen trouwen en kinderen krijgen. Ook de taboes rond mannelijke prostitués vervagen. En dus zijn de traditionele plekken waar je in het geniep prostitués moest zoeken een stuk minder in zwang. Het Stadspark en de Van Schoonhovenstraat verloren terrein aan het oprukkende internet.

Ik heb een date met Rachid (18) in de After Hours Place 2b in de Van Schoonhovenstraat. Ik ga een beetje onwennig aan een tafeltje zitten en bestel een witte wijn. De muziek is een cliché op zich: ‘YMCA’ van Village People. Op en top gaymuziek.

Ik ben te vroeg, Rachid is er nog niet. Aan de bar zitten drie jongens. Netjes gekleed. Ze drinken een pint. Om beurten kijken ze naar mij. Maar er gebeurt niets. Pas nadat ik een paar keer heb gelachen naar een kerel die me met een verleidelijke blik aankijkt, komt hij naar me toe. “Mag ik bij je komen zitten?” Natuurlijk mag hij dat. En kijken mag, aankomen niet, denk ik er onwillekeurig bij. Ik zeg dat ik met iemand heb afgesproken. Net op dat moment komt Rachid binnen. Naast me zit een mooie, gladde jongeman. Strak in het pak, fris gekapt en omhangen met veel juwelen en een bijzonder straf parfum.

Tot mijn grote verbazing is hij uitgesproken blij dat er eindelijk eens iets over mannenprostitutie wordt geschreven.

“Zo kunnen mensen eindelijk eens zien dat het niet allemaal schooiers zijn die mannen afwerken in de auto of achter een boom”, zegt hij.

Modieus

Het is een welgemikte sneer naar de Roma’s van het Stadspark, die agressief hun klanten lokken en vaak in trainingspak naar hun ‘werk’ gaan. Een joggingbroek is misschien wel sneller aan en uit. Maar sexy is toch wat anders.

Terwijl de mannelijke hoeren in het Stadspark zich meestal prostitueren om te overleven, verkopen de voornamelijk Noord-Afrikaanse en Antilliaanse jongens in de cafés en bars in de Van Schoonhovenstraat en op het Sint-Jansplein hun lichaam om hun luxueuze levensstijl te kunnen betalen. Mannen als Rachid lopen er opvallend modieus gekleed bij en rijden in blitse wagens. Ze zijn véél subtieler in het lokken van klanten.

“Niemand prostitueert zich voor zijn plezier”, zegt Rachid. “Al moet ik toegeven dat ik er af en toe ook wel plezier aan beleef. Maar ik doe het uiteraard voor het geld.”

Moslimgemeenschap

Op topdagen werkt Rachid tot tien klanten per dag af. Voor minimum 80 euro per keer. Zijn klanten zijn vooral homo’s, maar ook hetero’s die met plezier betalen voor ‘een unieke ervaring’. “Schrikt u daarvan?”, vraagt hij. “Ik denk dat mannen aan ons vaak meer durven tonen en vragen wat ze graag willen dan aan hun vrouw of vriendin. Je ziet onmiddellijk voor wie het de eerste keer is. Velen komen daarna nog terug. Zo slecht zal het dan wel niet zijn, zeker?”

Rachid zijn winkel draait dus goed. Ik vraag hem wat zijn specialiteit is en waarom mannen specifiek naar hem komen. “Ik ben een moslim en dus besneden. Veel klanten zijn wild van besneden mannen. Mijn geloof is dus nog voor iets goed geweest”, lacht hij.
De lach verhult een moeilijke periode, waarin hij zich van zijn familie en vooral van het hem opgelegde geloof heeft afgekeerd. En zo zijn er velen. De jonge mannen die zich in de buurt van de Troonplaats op het Zuid, rond de Grote Markt, de Groenplaats en vooral in de buurt van de Van Schoonhovenstraat en het Sint-Jansplein laten oppikken, trekken zich niks meer aan van tradities of religie. En op die manier plaatsen ze zich buiten hun gemeenschap. Want uiteraard zijn er net zoveel homo’s en lesbiennes onder moslims als in andere geloofsgemeenschappen. En uiteraard maakt prostitutie net zozeer deel uit van het leven bij moslims als bij niet-moslims. Maar homoseksualiteit en prostitutie zijn nog steeds een huizenhoog taboe bij islamgelovigen.

De deur van het homocafé wordt duidelijk niet platgelopen. In de tijd dat we er zijn, komt er nog welgeteld één klant binnen. Hij vertrekt even later met een van de drie jongemannen aan de bar.

“Een vaste klant”, knikt Rachid. “Een zakenman die twee dagen per week in Antwerpen is en meestal in het Radisson logeert. Om niet altijd alleen te zitten op zijn kamer, pikt hij hier af en toe een man op. Hij draagt nochtans een trouwring.”

Champagne op de kamer

Rachid kan zich de luxe permitteren om niet met iedereen in de koffer te duiken. “Ja, ik ben kieskeurig. Daarom ronsel ik niet via het internet, zoals sommige van mijn vrienden. Dan weet je natuurlijk niet wie er op je afkomt. Ik wil die mannen zien voor ik toezeg. Ik bekijk hun uiterlijk, ruik of ze wel fris zijn, bekijk hun tanden, hun haar en hun handen. Iemand met vuile nagels komt niet aan mijn lijf. Oudere mannen normaal gezien ook niet. Tenzij ze veel betalen. Minstens het dubbele. Die zakenman die hier net was, betaalt goed. Tweehonderd euro. En champagne op de kamer”, zegt hij.

Rachid neemt zijn klanten mee naar zijn appartement. Of naar een hotel in de buurt. Uiteraard betaalt de klant de kamer. “Alles is bespreekbaar. Ook SM. Maar enkel als ik er zin in heb en de regeltjes kan bepalen. Ik laat me ook nooit vastbinden. Ik wil controle hebben over alles.”

Toch is Rachid geen ‘zuivere’ homo. “Ik slaap ook wel eens met een vrouw. Maar dan niet tegen betaling. Ik heb het ooit als gigolo geprobeerd. Maar dat bracht me lang niet op wat ik nu verdien. “Weet je trouwens wat het verschil is tussen hetero’s en homo’s in de jongens-prostitutie? De hetero’s penetreren en laten zich oraal bevredigen, terwijl de homo’s de klant bevredigen en zich laten penetreren.”

Met die wijsheid op zak neem ik afscheid. Rachid vertrekt, zijn parfum blijft nog een tijdje hangen. TG

Tien jaar geleden waren er in Antwerpen nog dertig cafés waar jongens en mannen hun diensten aanboden aan mannelijke klanten. Nu nog hoop en al een vijftal.

Boysproject, een sociale organisatie die jongens en mannen opvangt die geld verdienen met seks, ziet al een paar jaar dat er een grote verschuiving aan de gang is van de straat en de cafés naar de chatrooms.

“Homoprostitués zoeken hun klanten steeds meer via het internet in plaats van in de tippelzones. Binnen dit en een half jaar beginnen we daarom met een nieuwe interactieve website om deze escortejongens beter te kunnen bereiken”, zegt Bram van Boysproject.

De organisatie werkt op dezelfde manier als de straathoekwerkers. Ze zoeken jongens en mannen op het terrein op en proberen ze met raad en daad bij te staan. Ook op het internet zoeken ze mannelijke escorteprostitués op. “We waarschuwen hen voor de mogelijke gevaren en sturen ze bijvoorbeeld flashberichten om te zeggen dat er gratis condooms verkrijgbaar zijn. Of dat er een arts langskomt bij wie ze zich gratis kunnen laten onderzoeken.”

Vorig jaar kreeg Boysproject 155 mannelijke straatprostitués over de vloer. Het jaar voordien waren er dat nog 200. TG

http://www.boysproject.be of 03-293.95.90.

Het Stadspark in Antwerpen was wat het Citadelpark is voor Gent en het Fontainasplein voor Brussel: het mekka voor homoprostitués. Jongens die mannen achter een boom, struik of in de portieken van omliggende gebouwen bevredigen. ‘s Zomers uiteraard meer dan in de winter. Niet alleen is het nu geen weer voor een snelle wip in openlucht. Er staat ook geen groen aan de bomen en struiken om zich achter te verstoppen. En dat is nodig, want de politie patrouilleert verschillende keren per dag door het park en geeft de jongens dezelfde behandeling als de heroïnehoeren in de atheneumbuurt. De eerste keer een waarschuwing, daarna een proces-verbaal en bij de derde betrapping twaalf uur de cel in.

“Er is veel veranderd in tien jaar tijd. Vroeger was bij wijze van spreken de grootste uitdaging een boom zien te vinden die nog vrij was om zich achter te verstoppen. Nu moet je eerst al een man weten te strikken. Er zijn er almaar minder”, zegt een buurtbewoner die zijn hondje uitlaat. “Ik geef het toe, ik ben een beetje een voyeurist. Ik zie het graag af, hoe die mannen op zoek gaan naar een prooi. En dan denk ik altijd, smaak is goesting.”

Verstraler

Stadsbestuur en politie hebben de jongste jaren heel wat inspanningen geleverd om Antwerpen tippelvrij te maken. Met succes. Helemaal uitroeien kan je het natuurlijk niet. Het is niet voor niets het oudste beroep ter wereld.

Zonder condoom

Met een verstraler op het dak van de combi speurt de politie geregeld alle bekende plekjes af. Wanneer het zoeklicht op de hoogste boom van het park schijnt, horen we een luide vloek. Een oudere man met een beige regenjas en geruit hoedje – ik schat hem een jaar of 60 – maakt zich rap uit de voeten. Hij is zo gehaast om weg te komen dat hij ons niet eens ziet staan. Hij merkt zelfs niet dat de tippen van zijn hemd door zijn gulp naar buiten steken. Een jonge kerel – hij zou gerust zijn zoon kunnen zijn – loopt de andere kant uit. Hij kuist zijn handen af met een papieren zakdoek die hij even verder in een vuilnisbak gooit. Ik spreek hem aan. Tot mijn grote verbazing gaat hij, nadat ik hem 20 euro heb toegestopt, in op mijn voorstel om wat te gaan drinken. Zo kan hij zich wat opwarmen want het is maar een graad of vijf. Zijn naam wil hij niet zeggen. Hij is een Roma-zigeuner en woont al jaren in België. “Ik doe dit vak al bijna twee jaar. Een droomjob kan je het moeilijk noemen. Maar ik kan er wel goed van leven”, zegt hij. Hij nipt van zijn warme chocomelk. Hij ziet er als een doodgewone jonge kerel uit, draagt een jeans en een lederen jas. Zijn handen en nagels zijn wel vies en vuil. Wondjes op zijn handen doen vermoeden dat hij een heroïnespuiter is.

Wanneer ik hem vraag wat hij allemaal doet en hoeveel hij per klant aanrekent, vraagt hij of ik misschien geïnteresseerd ben. “Euh, neen. Ik ben gelukkig getrouwd”, zeg ik.

“En dan? Ik schat dat minstens een kwart van mijn klanten samenwoont met een vrouw. Nu, in de winter wordt er niet veel gepraat. Het is klaarkomen en weg. Voor 50 euro werk ik een klant af. Met de hand en oraal. Vijf, maximum tien minuten. Geen penetratie. Dat doe ik in principe niet. Tenzij een klant er zwaar voor betaalt: minstens 200 euro. Ik weet dat anderen hier zich wel laten neuken. Met of zonder condoom. Die Roma-jongetjes laten zich zonder voorbehoedsmiddelen pakken voor 25 of 30 euro. Neen, ze zijn hier niet geliefd. Maar anderzijds, kan je hen iets verwijten? Behalve dan dat ze de business kapotmaken? Als je niets hebt, is 30 euro veel geld natuurlijk. En de klant denkt ‘Waarom zou ik 50 euro of meer neertellen als het voor de helft van de prijs ook kan?” Tot hij merkt dat ze tijdens de daad zijn portefeuille uit zijn zak hebben gehaald. Want sluw zijn ze wel hoor. Tijdens de vrijpartij nemen ze ongemerkt de portefeuille weg en gooien die in de struiken. Nadien, wanneer de klant vertrokken is, komen ze terug om die op te halen. Zelden of nooit dient er iemand een klacht in. En als het al gebeurt, zeggen ze dat ze elders in de stad zijn bestolen.”

Tranen in de ogen

Ik reken af, hij neemt me mee naar het park om me enkele plekjes te tonen. In het licht van mijn zaklamp zie ik achter een boom papieren zakdoekjes liggen en tel ik vier gebruikte condooms. Drie rode en een doorzichtige. “Dit is mijn plek”, zegt hij.

“Hygiënisch is het niet, dat is waar”, zegt onze ‘gids’.

Ik vraag hem of hier ook heel jonge jongens werken. Hij zucht. “Kijk, de politie levert hier goed werk om de kinderprostitutie in de hand te houden. Maar af en toe zie je hier toch zaken waarvan je denkt, hoe bestaat het. Oude mannen die achter een boom kruipen met een tiener. Daarna zie je ze vertrekken met een gelukzalige glimlach op hun gezicht. Terwijl die jongens soms met tranen in de ogen afdruipen. Ik begrijp niet wat zo’n man er aan heeft om een tiener te pakken. Als ik zoiets merk en er is politie in de buurt, stuur ik ze er op af.”

Van solidariteit onder de mannelijke prostitués is er voor de rest geen sprake. Het is ieder voor zich.

Poeperkespark

Een buurtbewoner die zijn hondje uitlaat in de buurt van het park lacht als we hem aanspreken over het probleem van de homojongeren in het stadspark. “Wij spreken altijd over het poeperkespark”, zegt hij. “Maar ik moet toegeven, het zijn er opvallend minder dan jaren geleden. Misschien heeft de moord op dat Roemeens jongetje er iets mee te maken. Sinsdien zijn er geregeld razzia’s en wordt er streng gecontroleerd”.

De man bedoelt Piu Marinescu. Het negenjarige jongetje werd in 1999 vermoord teruggevonden in het Lobroekdoek. Hij prostitueerde zich in het Stadspark om zijn familie te onderhouden. De dader is nooit gepakt.

Tijdens mijn gesprek met de buurtbewoner zien we onze Roemeense ‘gids’ aan de zijde van een volgende klant passeren. Net buiten het park, ongeveer ter hoogte van het politiekantoor, stappen ze in een auto en vertrekken.

“Tja, die mannen hebben een zesde zintuig hé. Die voelen wie hier komt om te wandelen en naar de vogels te kijken. En wie komt om te vogelen en daarna snel weg te wandelen.”