achtergrond

APRIL 2009 Boysproject laat straatprostitués niet vallen.

Bron: Weliswaar (deel van het artikel)

MEERVOUDIGE KWETSBAARHEID VAN STRAATPROSTITUES

In het Brusselse weekblad Brussel Deze Week verantwoorde Mozaïek het opdoeken van Adzon onder meer met de afname van de vraag om hulpverlening vanuit de doelgroep.

Bart Vandenbroucke, teamverantwoordelijke Boysproject, vindt dat een ongelukkig argument. "De vraag om hulp wordt door deze jongens zelden expliciet uitgesproken. Zij hebben niet de kennis en de kracht om spontaan bij ons aan te bellen; Ze schamen zich voor hun acitiviteiten en hebben vaak geen weet van ons bestaan. Het is onze taak om hen op te zoeken en onze hulpverlening aan te bieden."

Vandenbroucke ontkent niet dat een toenemend aantal jongens klanten zoekt via het internet en de gsm. Dat is comfortabeler dan tippelen aan de rand van het Stadspark. "Maar niet iedereen heeft toegang tot het internet of spreekt de taal. De meest kwetsbare groep zoekt zijn klanten wel nog op straat. Dat zal zo blijven. Een bepaald type klant pikt ook liever jongens op straat op of in de winter in de bars. De straatprostitués zijn deels een minderheid van Belgen, vaak met een multi-problem verleden, en deels allochtone jongeren, dikwijls zonder papieren en zonder geld. De nieuwkomers zijn vaak nieuwe EU-burger, zoals Bulgaren, Roemenen of Polen, en Zuid-Amerkanen en Maghrebijnen.
Sommigen zijn hun land ontvlucht omdat homoseksualiteit er taboe is. Anderen zijn hetero's die het doen om hun familie te onderhouden. Bijna steeds is er sprake van een meervoudige kwetsbaarheid, een opeenstapeling van factoren die maakt dat ze geen uitweg zien. Dat komt uiteraard ook omdat ze hier geen aanknopingspunten hebben en de taal niet beheersen."

WIE ZIJN ZE?

De meeste jongens die in Antwerpen op straat hun diensten aanbieden, zijn tussen 18 en 25 jaar oud. Boysproject krijgt slechts af ten toe te maken met minderjarigen. Klanten worden vooral gezocht aan de rand van het Stadspark en in de homobars in de buurt van het Centraal Station.
Slechts een minderheid van straatprostitués heeft de Belgische nationaliteit. Veel van de jongens hebben een problematisch verleden.
Zij komen uit achtergestelde, gebroken gezinnen en sommigen zijn in hun jeugd misbruikt.
Van de jongens die afkomstig zijn van de nieuwe EU-landen, zoals Bulgarije, Roemenië en Polen, behoort een aanzienlijk aantal tot de Roma, een nomadische bevolkingsgroep die vooral in de Balkan sterk vertegenwoordigd is. Van de Zuid-Amerikaanse jongens die in Antwerpen geld verdienen met seks komen de meesten uit Brazilië en Ecuador. Een derde groep buitenlandse straatprostitués zijn Noord-Afrikaanse jongeren.

 

KEUZEMOGELIJKHEID

"Boysproject oordeelt niet over jongens die geld verdienen met seks", vervolgt Vandenbroucke. "De eerste bedoeling is niet om hen uit de prostitutie te halen, maar om hen de mogelijkheid te bieden eruit te stappen. De meesten zitten namelijk in een situatie waarbij ze die keuze niet hebben. Hen motiveren om hun problemen aan te pakken is een proces van lange adem. De kans op terugval is groot omdat het een uiterst kwetsbare groep is met een laag zelfbeeld. Afgezien van hun netwerk op straat en in de bars hebben ze vaak geen vrienden en vinden ze geen aansluiting met onze maatschappij. Daarom moeten we hen onbevooroordeeld de tijd en de ruimte gunnen om hun weg te zoeken. Dat wordt vandaag steeds moeilijker. De maatschappij hecht meer belang aan snelle resultaten en voorzieningen stellen alsmaar meer eisen, wat doorverwijzen moeilijk maakt. Heel wat opvangcentra weigeren cliënten met een drug- of psychiatrisch problematiek. De jongens moeten 's avonds op tijd binnen zijn, zodat ze ook geen geld meer kunnen verdienen. Een optrekje huren is nog moeilijker, zeker voor wie illigaal in het land verblijft. Overal worden de mensen met wie wij werken aan de kant geduwd."
Een deel van de jongens reist van de ene stad naar de andere. Kan je dan wel vooruitgang boeken? "Als we hen kunnen overtuigen van het belang van veilig vrijen, is dat al heel wat. Van seksueel overdaagbare aandoeningen weten ze dikwijls ontstellend weinig en er leven misverstanden over veilig vrijen. We delen condooms uit en wijzen hen op het gevaar van, duurder betaalde, onveilige seks."
Ondanks zijn pleidooi vindt Vandenbroucke de nieuwe visie op straathoekwerk een goede zaak. De nieuwe visie is territoriaal gericht in plaats van op specifieke doelgroepen. Toch meent hij dat kwetsbare groepen tegelijk specifieke aandacht nodig hebben. "Het gaat niet alleen om die ongeveer 200 jongens die we jaarlijks tijdens het straathoekwerk ontmoeten. Er zijn ook de partners van de jongens en hun klanten. Het is dus een kwestie van volksgezondheid."

 

DROP-INN

Boysproject gaat meer dan drie avonden per week de straat op om prostitués aan te spreken. "Onze werking steunt op nog drie andere pijlers: de drop-inn, de medische consultaties en de internetpermanentie. Op straat en in de bars kun je vertrouwen winnen en condooms uitdelen, maar het ligt niet voor de hand om problemen te bespreken.
Toch is het belangrijk dat iemand zijn verhaal kan doen. Het is cruciaal om iets te kunnen veranderen aan zijn situatie. In de drop-inn zijn die gesprekken mogelijk, maar de jongens zijn ook welkom voor een losse babbal bij een kop koffie. Voor sommige jongens is dat het begin van een individuele begeleiding. Tijdens de drop-inn komt om de 14 dagen een dokter van Ghapro (Gezondheidshuis Antwerpse Prostitutie) langs. Tijdens de gratis en anonieme consultatie test de arts op seksueel overdraagbare aandoeningen en biedt hij een
hepatitis B-vaccinatie aan. Ten slotte zijn we als info4escorts één keer in de week actief op een chatsite waar jongens hun diensten aanbieden. We hebben ook een MSN-adres zodat we kunnen overschakelen op een persoonlijk chatgesprek. Vroeger was er gedurende drie dagen internetpermanentie, maar met het wegvallen van Adzon en met de veranderingen bij het straathoekwerkproject in Gent, is het nu nog maar één dag."
"Gelukkig heeft Antwerpen, in tegenstelling tot Brussel, een prostitutiebeleid", besluit Vandenbroucke. "Dat houdt niet alleen de geografische organisatie van de prostitutie in, maar ook een gezondheidsbeleid. Boysproject maakt deel uit van dit prostitutiebeleidsplan en kan daardoor rekenen op middelen van de stad. Brussel heeft eveneens behoefte aan een prostitutiebeleid met sociale- en gezondheidsdoelstellingen. Alleen een integrale aanpak van de postitutieproblematiek heeft kans op slagen. Maar helaas bemoeilijkt de institutionele complexiteit van het hoofdstedelijk gewest dit broodnodige beleid."

 

BOYSPROJECT KORT
Boysproject is een deelwerking van CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) De Terp en krijgt ook financiële middelen van de stad Antwerpen.
De organisatie voor mannelijke sekswerkers is gevestigd in de Quellinstraat, in de nabijheid van het Stadspark en het Centraal Station. Daar is ook de drop-inn. De prostitués kunnen er op regelmatige tijdstippen terecht voor een anoniem en gratis soa-onderzoek.
Boysproject doet drie avonden per week straahoekwerk. Dat gebeurt per twee: een beroepskracht samen met een vrijwilliger. Op straat en in de bars spreekt Boysproject jaarlijks zowat 200 jongeren aan. Jaarlijks komen ongeveer 85 jongeren naar de drop-inn en op internet wordt er gechat met meer dan 300 contacten die hun diensten online aanbieden.